Datum:
Onderzoek naar rol Nijmeegs gemeentebestuur in koloniale slavernij
De Radboud Universiteit Nijmegen heeft in opdracht van het college van burgemeester en wethouders onderzoek uitgevoerd naar de rol van het gemeentebestuur in koloniale slavernij. Daaruit blijkt dat koloniale slavernij direct en indirect verweven was met het bestuur en de economie van Nijmegen. En dat Nijmeegse bestuurders koloniale slavernij medemogelijk hebben gemaakt, in stand hebben gehouden en ervan hebben geprofiteerd.
Aanleiding onderzoek
Op 1 februari 2023 heeft de werkgroep ‘Koloniaal en slavernijverleden Nijmegen’ het manifest ‘Nijmegen, ken je koloniale en slavernijverleden’ aangeboden aan burgemeester Bruls en wethouder Cilia Daemen. De werkgroep riep de gemeente op om het slavernijverleden te erkennen, te herkennen en te verkennen hoe dit een plek kan krijgen in de Nijmeegse samenleving.
Na nadere gesprekken en onderzoek bleek dat de Nijmeegse geschiedschrijving nog niet compleet is. Zo was de vraag niet te beantwoorden in hoeverre het stadsbestuur zelf betrokken was bij koloniale slavernij.
Het vergroten van kennis en bewustzijn van Nijmegenaren over dit onderwerp vindt het college belangrijk. De gevolgen van de slavernijtijd werken nog altijd door in het leven nu. Nijmegen wil een inclusieve stad zijn, een stad waar iedereen zichzelf kan zijn, zich veilig en erkend voelt en gelijkwaardig is. Daarom vindt het college van burgemeester en wethouders het van groot belang voor de toekomst van de diverse Nijmeegse samenleving, dat dit onderzoek er nu is. Voor de mensen van toen, en voor de generaties van nu en na ons.
Onderzoeksvraag en hoofdconclusie
Het college van burgemeester en wethouders heeft in maart 2024 aan Coen van Galen en Joris van den Tol van de Radboud Universiteit gevraagd om vanuit hun specialismen in koloniale en vroegmoderne geschiedenis onderzoek te doen naar de vraag:
‘In hoeverre hadden het stadsbestuur van Nijmegen, individuele stadsbestuurders en Nijmeegse organisaties onder gezag van het stadsbestuur betrokkenheid bij koloniale slavernij?’
Het onderzoek ‘Nijmegen & Slavernij. Publiek bestuur en persoonlijk profijt, 1596-1873’ werd uitgevoerd door junioronderzoekers Luc Meijboom en Lianne Wilhelmus onder begeleiding van Joris van den Tol en Coen Van Galen. Het laat zien hoe koloniale slavernij direct en indirect verweven was met het bestuur en de economie van Nijmegen, en hoe Nijmeegse bestuurders koloniale slavernij medemogelijk hebben gemaakt, in stand hebben gehouden en ervan hebben geprofiteerd. Met name door de politieke rol die Nijmegen tot 1795 speelde in de Nederlandse Republiek, was de invloed van de Nijmeegse bestuurders duidelijk groter dan die van andere vergelijkbare steden. Ook waren bestuurders economisch betrokken bij slavernij als investeerder en deelnemer aan koloniale handel.
Net als in andere Nederlandse steden deelden de Nijmeegse stadsbestuurders met de inwoners van Nijmegen een op racisme gestoeld wereldbeeld, dat slavernij acceptabel en mogelijk maakte en dat het raamwerk verschafte waarbinnen de besluiten en betrokkenheid van het stadsbestuur moeten worden begrepen. Lees het onderzoeksrapport en een publieksversie op de website van Radboud University Press.
Reactie Burgemeester Bruls (2025): “De conclusies van het onderzoek zijn indringend. De kou slaat je om het hart als je hoort wat mensen elkaar hebben aangedaan, ook vanuit onze stad. Dat wrede, onmenselijke daden voor eigen gewin en rijkdom onderdeel waren van een breed gekend en geaccepteerd systeem, waar Nijmegen ook deel van uitmaakte. Bestuurders van Nijmegen hadden een bijzondere bestuurlijke machtspositie als belangrijkste stad van een invloedrijk gewest, en door de ligging aan de Waal. Ook al vond dit plaats in de tijdsgeest van toen, met wat wij weten maakt dat het niet minder verdrietig, pijnlijk en afschuwelijk.”
Lees meer in de toespraak van burgemeester Bruls in maart 2025 naar aanleiding van de presentatie van de onderzoeksconclusies onderaan deze pagina.
Reactie gemeentebestuur op het onderzoek
In 2025 organiseerde de gemeente diverse gesprekken en bijeenkomsten met inwoners, waaronder een lezing, creatieve dialoogsessie en muzikale theatervoorstelling.
In het proces is de tijd genomen om samen woorden te geven aan wat deze kennis met de stad doet en wat we als stad nodig hebben om verder te groeien naar een toekomst in verbondenheid.
Burgemeester Bruls nam het onderzoek op 19 maart 2025 in ontvangst tijdens een symposium met deze toespraak.
Geachte aanwezigen,
Welkom aan u allen hier vanavond op dit symposium, en in het bijzonder aan de onderzoekers en de mensen die met ons samengewerkt hebben in het proces naar vandaag toe.
Vandaag presenteert de Radboud Universiteit het onderzoek naar de rol van het Nijmeegse gemeentebestuur in koloniale slavernij. En gaan wij daar samen over in gesprek.
Ik neem u even mee naar 2023. Toen ontvingen wethouder Daemen en ik het manifest Nijmegen, ken je koloniale en slavernijverleden. Een werkgroep riep de gemeente op om het slavernijverleden te erkennen, te herkennen en te verkennen hoe dit een plek kan krijgen in de Nijmeegse samenleving.
Na verder onderzoek en gesprekken in het gemeentehuis kwamen wij tot de conclusie dat er nog geen compleet beeld bestond of, en zo ja welke rol het gemeentebestuur van Nijmegen speelde bij koloniale slavernij. In het voorjaar van 2024 heeft ons college van burgemeester en wethouders aan Coen van Galen en Joris van den Tol van de Radboud Universiteit, gespecialiseerd in sociale en koloniale geschiedenis, en hun team gevraagd onderzoek hiernaar te doen. En nu zijn we hier, een jaar later.
Geschiedenis is niet een boek dat je schrijft, dicht slaat en in de kast zet, tot het stof vergaart. Het is een levend verhaal, dat zich blijft ontwikkelen. De Nijmeegse geschiedschrijving was nog niet compleet. We vullen het vanavond aan met een nieuwe bouwsteen. We hebben hiermee nieuwe en belangrijke feiten in handen, gebaseerd op de bronnen die de onderzoekers na zoveel jaren nog terug hebben kunnen vinden. Maar ook hiermee kennen we nog niet ‘de complete waarheid’, waarmee het boek dicht kan. We vullen het verhaal aan, maar het is nog niet af. Niet voor ons samen als stad en niet als land.
Want geschiedenis gaat niet óver mensen, maar mensen vormen samen de geschiedenis. De gevolgen van de slavernijtijd werken nog altijd door in het leven nu. In deze wereld is de positie van mensen van kleur nog lang niet altijd gelijkwaardig.
Nijmegen wil een inclusieve stad zijn, een stad waar iedereen zichzelf kan zijn, zich veilig voelt, zich erkend voelt en gelijkwaardig is. Zoals een gezegde luidt: wie zijn wortels niet kent, kan ook niet groeien. Ik hoop dat dit onderzoek ons vanavond helpt een nieuw deel van onze wortels te leren kennen, zodat we ons als stad tot dit deel van het verleden kunnen verhouden en samen verder kunnen groeien.
Daarvoor moeten we eerst terug naar de koloniale tijd. Nederlanders verhandelden vanaf de 17e eeuw tot de afschaffing van de slavernij in1863, mensen van kleur uit Afrika en Oost-Indië. Zij moesten gedwongen werken op plantages, in mijnen en in huishoudens. Dat was heel zwaar werk, in slechte, levensgevaarlijke omstandigheden. Tot slaaf gemaakte mensen werden mishandeld, velen verloren daarbij het leven. En witte mensen, ook Nederlanders en Nijmegenaren, verdienden met de opbrengsten van mensenhandel, koloniale waren en producten veel geld.
Ik weet niet hoe het bij u ging, maar op school leerde ik andere dingen over de koloniale tijd. Dat de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden haar gouden eeuw beleefde; iets ‘om trots op te zijn’. Pas later werd Nederland zich echt bewust van de complexe relatie tussen welvaart en slavernij.
Om onze samenleving en onze medemensen te kunnen begrijpen, is het van groot belang dat de verhalen van de mensen van toen alsnog verteld worden. En dat die geschiedenis niet alleen vanuit een wit perspectief beschreven wordt. Want een eenzijdig beeld is nooit compleet. En dat houdt ongelijkwaardigheid in stand. De Surinaamse schrijver Anton de Kom zegt in zijn boek ‘Wij slaven van Suriname’ daarover: “Geen beter middel om het minderwaardigheidsgevoel bij een ras aan te kweken, dan dit geschiedenisonderwijs waarbij uitsluitend de zonen van een ander volk worden genoemd en geprezen. “
Voor duizenden Nijmegenaren, wit en zwart, kan het slavernijverleden deel uitmaken van hun wortels. Misschien ook een onontdekt deel. We hebben sámen de verantwoordelijkheid om alle verhalen aan het licht te brengen. Voor de mensen van toen, en voor de generaties van nu en na ons. Daarom vindt ons gemeentebestuur het ook van groot belang, voor de toekomst van onze diverse samenleving, om ónze bouwsteen bij te dragen met dit onderzoek naar de directe rol die ónze voorgangers, de stadsbestuurders van toen, speelden in koloniale slavernij. Dit is nog niet het volledige verhaal van Nijmegen, van alle Nijmegenaren. Misschien wilt u na vanavond ook verder onderzoeken hoe uw persoonlijke geschiedenis eruit ziet. Daarbij kan ons Regionaal Archief hulp bieden.
De conclusies van het onderzoek hebben wij zojuist op hoofdlijnen samen beluisterd. Ik kan u alleen maar zeggen: ze zijn indringend. De kou slaat mij om het hart als ik hoor wat mensen elkaar hebben aangedaan, ook vanuit onze stad. Dat wrede, onmenselijke daden voor eigen gewin en rijkdom onderdeel waren van een breed gekend en geaccepteerd systeem, waar Nijmegen deel van uitmaakte. Bestuurders van Nijmegen hadden een bijzondere bestuurlijke machtspositie, als belangrijkste stad van een invloedrijk gewest, en door de ligging van de stad aan de Waal.
Ook al vond dit plaats in de tijdsgeest van toen, met wat wij weten maakt dat het niet minder verdrietig, pijnlijk en afschuwelijk.
De komende tijd gaan wij, het college van burgemeester en wethouders, de gemeenteraad en u allen, dit onderzoek nader bestuderen. We nemen de tijd om het op ons in te laten werken. Om woorden te geven aan wat deze kennis met ons doet. En we bespreken samen wat we als stad nodig hebben om verder te groeien naar een toekomst in verbondenheid. Het heeft tijd nodig om een betekenisvol, gedragen vervolg aan dit onderzoek te geven. Daar is vandaag te vroeg voor, maar we komen er op een later moment weer gezamenlijk op terug.
Laten wij elkaar beloven om open te staan voor elkaars emoties en verhalen. Ook al kan het soms pijnlijk zijn om die – en elkaar- in de ogen te kijken. Wij hebben samen de verantwoordelijkheid om de ketenen blijvend te verbreken.
Dank voor uw aandacht.
Excuses voor rol Nijmeegs gemeentebestuur in slavernijverleden
Burgemeester Bruls heeft namens het college van burgemeester en wethouders excuses uitgesproken voor de rol van het Nijmeegse gemeentebestuur in het koloniale slavernijsysteem. Hiermee reageert het college op de uitkomsten van onderzoek van de Radboud Universiteit uit 2025 en vervolggesprekken hierover in de stad. Het college erkent dat stadsbestuurders destijds bestuurlijk, politiek en economisch verweven waren met het koloniale systeem, waardoor slavernij mogelijk werd gemaakt en in stand werd gehouden.
Proces
In het afgelopen jaar heeft de gemeente Nijmegen samen met de stad een proces doorlopen om de conclusies te doorleven van onderzoek van de Radboud Universiteit naar de rol van het gemeentebestuur in koloniale slavernij*. Daarbij wilde de gemeente ook naar de toekomst kijken. Hoe verbinden we deze historische kennis aan hedendaagse ongelijkheid en discriminatie?
Afgelopen jaar vonden hierover diverse bijeenkomsten plaats, met uiteenlopende groepen Nijmegenaren die vanuit verschillende invalshoeken naar het onderwerp keken. Lang niet iedereen bleek op de hoogte van de Nijmeegse koloniale geschiedenis. Sommigen voelen zich vooral geraakt door de verschrikkingen uit de geschiedenis. Anderen meer door de doorwerking hiervan in het heden, zoals ongelijke behandeling. Verder is het stadspanel bevraagd hoe zij kijken naar een reactie van het college van burgemeester en wethouders op dit onderzoek, en hoe deze kennis een plek moet krijgen in de stad.
Reactie college van B&W op de onderzoeksconclusies
Op 26 februari 2026 reageerde burgemeester Bruls namens het college op de onderzoeksconclusies en gesprekken hierover in de stad tijdens een symposium met betrokkenen over het slavernijverleden.
Burgemeester en wethouders hebben zorgvuldig gewogen welke woorden en conclusies recht doen aan de geschiedenis en het heden. Een dilemma was of en in welke vorm excuses passend zijn. Het onderzoek gaf geen nieuwe feitelijke aanleiding om verantwoordelijkheid te nemen voor een directe, actieve en systematische rol van de stad Nijmegen in de slavernij in de kolonies, zoals in sommige andere steden meer het geval was. Nijmegen was geen stad die zelf slavernij organiseerde of uitvoerde als institutionele kernactiviteit van het stadsbestuur. Tegelijkertijd was het Nijmeegse stadsbestuur in die tijd wel degelijk bestuurlijk, politiek en economisch verweven met het koloniale systeem, waarin slavernij mogelijk werd gemaakt en in stand werd gehouden.
Nijmeegse bestuurders hadden door de algemene machtspositie van de stad in het landsbestuur bovengemiddelde invloed op koloniale besluitvorming. Zij droegen bij aan de legitimatie en het functioneren van dit systeem. Het onderzoek toont aan dat Nijmeegse bestuurders en hun familie soms ook persoonlijk profiteerden van slavernij. Ook laat het zien dat Nijmegen, als garnizoensstad en handelsstad aan de Waal, economisch profiteerde van het systeem.
Hoewel dit paste in de tijdgeest, gaat het volgens burgemeester en wethouders in de kern om het veroorzaken van menselijk leed. Burgemeester Bruls, namens het college:
“Wij erkennen dat Nijmegen en de Nijmeegse bestuurders in die tijd verweven waren met het koloniale en slavernijsysteem. Het gemeentebestuur maakte deel uit van het Nederlandse staatsgezag, dat slavernij mogelijk maakte en in stand hield. En droeg daarmee in onze ogen dus medeverantwoordelijkheid voor de gevolgen hiervan. Daarom vinden wij het passend dat het Nijmeegse gemeentebestuur zich expliciet aansluit bij de excuses van premier Rutte namens de Nederlandse regering in 2022 en van de koning in 2023.
Daarnaast achten wij het nodig om specifiek te kijken naar het eigen aandeel van het Nijmeegse stadsbestuur in het mogelijk maken en in stand houden van slavernij. Ons college voelt zich moreel medeverantwoordelijk voor het handelen van het toenmalige bestuur en van individuele bestuurders.
Met pijn en afschuw kijken wij terug op deze periode. Wij erkennen de blijvende impact die de koloniale slavernij heeft gehad op individuen en generaties, en nog steeds heeft: op ongelijkheid en discriminatie in onze samenleving. Wij bieden iedereen die dit raakt hiervoor onze excuses aan.
Met deze excuses willen wij onze inzet bekrachtigen om de herinnering aan het slavernijverleden levend te houden én de dialoog over het slavernijgeschiedenis, respect en gelijkheid te blijven voeren in onze stad.”
Vervolg
Nijmegenaren hebben de wens geuit om deze kennis over het slavernijverleden gestalte te geven. Door het bewustzijn over ons slavernijverleden te vergroten, door dit zichtbaar te maken in de stad en door samen te herdenken. Daar wordt de komende maanden verder vorm aan gegeven. Voor de zomer volgt nog een bijeenkomst hierover.
Aanleiding
In 2023 overhandigde werkgroep Koloniaal en slavernijverleden Nijmegen het manifest ‘Nijmegen, ken je koloniale en slavernijverleden’ aan burgemeester Bruls en wethouder Daemen, met de oproep het slavernijverleden te erkennen, te herkennen en te verkennen hoe dit een plek kan krijgen in de Nijmeegse samenleving.
*De gemeente vroeg in 2024 aan Coen van Galen en Joris van den Tol van de Radboud Universiteit onderzoek te doen naar de vraag: ‘In hoeverre hadden het stadsbestuur van Nijmegen, individuele stadsbestuurders en Nijmeegse organisaties onder gezag van het stadsbestuur betrokkenheid bij koloniale slavernij?’ Zij presenteerden de resultaten in maart 2025. Hieruit bleek dat koloniale slavernij direct en indirect verweven was met het bestuur en de economie van Nijmegen, en dat Nijmeegse bestuurders koloniale slavernij medemogelijk hebben gemaakt, in stand hebben gehouden en ervan hebben geprofiteerd.
Burgemeester Bruls gaf de volgende toespraak tijdens het symposium Slavernijverleden op 26 februari 2026. (N.B. het gesproken woord geldt)
Beste mensen,
Dank voor uw aanwezigheid, goed om u hier allen te zien. Wij zijn bijeen voor een belangrijk onderwerp: het slavernijverleden van Nijmegen, en hoe dat nog steeds zijn doorwerking heeft in de stad die wij nu zijn.
Het koloniale tijdperk klinkt misschien als een ver verleden, maar dat is het niet. Het gaat voor sommige families misschien maar 3, 4 generaties terug. Zoals ik u in maart vorig jaar al zei: dit is geen geschiedenisboek dat je kunt lezen, dichtslaan en wegzetten. Nee, om de weg naar een gezamenlijke toekomst te openen, moeten wij deze duistere bladzijden samen onder ogen zien en ermee aan de slag gaan.
Ik neem u mee terug naar de start van dit proces. In 2023 deed een groep Nijmegenaren ons een dringende oproep met het manifest ‘Nijmegen, ken je koloniale en slavernijverleden’. Bijna een jaar geleden presenteerde de Radboud Universiteit de indringende conclusies van hun onderzoek naar de rol die het Nijmeegse gemeentebestuur in die periode had. Slavernij was destijds onderdeel van een breed gekend en geaccepteerd systeem in ons land, waar ook Nijmegen deel van uitmaakte. Bestuurders van Nijmegen bleken daarin een bijzondere bestuurlijke machtspositie te hebben.
Afgelopen jaar hebben wij, ook op advies van deskundigen, de tijd genomen om met u en andere Nijmegenaren te doorleven wat de onderzoeksconclusies met ons doen. Daarbij willen wij ook expliciet naar de toekomst kijken:
hoe verbinden we deze historische kennis aan hedendaagse ongelijkheid en discriminatie? Hoe kunnen wij nu samen in verbondenheid verder?
Om dat te bespreken organiseerden wij een aantal waardevolle en ook indrukwekkende bijeenkomsten, met uiteenlopende groepen Nijmegenaren die vanuit verschillende invalshoeken naar dit thema keken.
Lang niet iedereen bleek op de hoogte van de Nijmeegse koloniale geschiedenis. Sommigen voelen zich vooral geraakt door de verschrikkingen uit de geschiedenis. Anderen meer door de gevolgen die zij ondervinden in het heden, zoals ongelijke behandeling. Er was niet één verhaal of één reactie te horen. Ieder mens beleeft dit op een eigen manier.
Veel deelnemers vonden het belangrijk dat wij het verhaal over ons slavernijverleden blijven vertellen, ook om mensen bewuster te maken van hoe dit nog altijd doorwerkt.
Verder hebben we ons stadspanel gevraagd hoe Nijmegenaren kijken naar een reactie van burgemeester en wethouders op het onderzoek. En hoe we deze kennis een plek moeten geven in de stad. Ook díe meningen liepen uiteen: van een roep om excuses- of juist niet.
Uit al deze reacties blijkt dat veel Nijmegenaren waarde hechten aan vervolgactiviteiten. Allereerst in de vorm van educatie en het bewustzijn over ons slavernijverleden vergroten, gevolgd door het verleden zichtbaar maken in onze stad en samen herdenken. De meningen liepen wat meer uiteen over een officiële reactie van het gemeentebestuur. Velen waren het erover eens, dat het goed is dat we dit gesprek nu samen voeren.
Wij vinden het als college van belang om te luisteren naar alle standpunten. Bij het formuleren van onze reactie hebben wij dan ook zorgvuldig gewogen welke woorden en conclusies recht doen aan de geschiedenis en het heden.
Een dilemma daarbij was of en in welke vorm excuses passend zijn. En wie we hierbij in de ogen moeten aankijken. We weten ook niet precies wie in Nijmegen rechtstreeks nazaat is van een tot slaaf gemaakte.
Het onderzoek gaf geen nieuwe feitelijke aanleiding om verantwoordelijkheid te nemen voor een directe, actieve en systematische rol van de stad Nijmegen in de slavernij in de kolonies, zoals in sommige andere steden meer het geval was. Nijmegen was geen stad die zelf slavernij organiseerde of uitvoerde als institutionele kernactiviteit van het stadsbestuur.
Tegelijkertijd is gebleken dat het Nijmeegse stadsbestuur in die tijd wel degelijk bestuurlijk, politiek en economisch verweven was met het koloniale systeem, waarin slavernij mogelijk werd gemaakt en in stand werd gehouden.
Nijmeegse bestuurders hadden door de algemene machtspositie van de stad in het landsbestuur bovengemiddelde invloed op koloniale besluitvorming. Zij droegen bij aan de legitimatie en het functioneren van dit systeem.
Het onderzoek toont aan dat Nijmeegse bestuurders en hun familie soms ook persoonlijk profiteerden van slavernij.
Ook laat het zien dat onze stad, met haar bijzondere kenmerken als garnizoensstad en handelsstad aan de Waal, economisch profiteerde van het systeem.
Hoewel dit paste in de tijdgeest, gaat het hier in de kern om het veroorzaken van menselijk leed. Ik wil vandaag daarom benadrukken dat ons college erkent dat Nijmegen, en onze voorgangers -de Nijmeegse bestuurders in die tijd- verweven waren met het koloniale en slavernijsysteem.
Het gemeentebestuur maakte deel uit van het Nederlandse staatsgezag, dat slavernij mogelijk maakte en in stand hield. En droeg daarmee in onze ogen dus medeverantwoordelijkheid voor de gevolgen hiervan.
Daarom vindt ons college het passend, dat het Nijmeegse gemeentebestuur zich expliciet aansluit bij de excuses van premier Rutte namens de Nederlandse regering in 2022 en van de koning in 2023.
Daarnaast achten wij het nodig om specifiek te kijken naar het eigen aandeel van het Nijmeegse stadsbestuur in het mogelijk maken en in stand houden van slavernij.
Ons college voelt zich moreel medeverantwoordelijk voor het handelen van het toenmalige bestuur en van individuele bestuurders.
Met pijn en afschuw kijken wij terug op deze periode. Wij erkennen de blijvende impact die de koloniale slavernij heeft gehad op individuen en generaties, en nog steeds heeft: op ongelijkheid en discriminatie in onze samenleving.
Wij bieden iedereen die dit raakt hiervoor onze excuses aan.
Met deze excuses willen wij onze inzet bekrachtigen om de herinnering aan het slavernijverleden levend te houden én de dialoog over de slavernijgeschiedenis, respect en gelijkheid te blijven voeren in onze stad.
Nijmegenaren hebben hun wensen geuit om hier gestalte aan te geven. Door het bewustzijn over ons slavernijverleden te vergroten, door dit zichtbaar te maken in de stad en door samen te herdenken. Dat gaan wij samen met de stad verder vormgeven. Vandaag kunt u daarvoor ideeën benoemen, en wij organiseren voor de zomer ook nog een bijeenkomst hierover.
Beste mensen,
wij concluderen vandaag dat we samen een beladen verleden hebben. En nu we de feiten kennen, is het van belang dat we verder blijven verkennen hoe die onderdrukking en pijn doorwerken, in hoe wij met elkaar omgaan in deze tijd. Met als hoofddoel de vraag: wat kunnen wij doen om dat te verbeteren?
Want het verleden kunnen we niet wegdenken. Wat we er wél van kunnen leren, is omdenken. In de woorden van Nelson Mandela:
“Niemand wordt geboren met haat tegen een ander vanwege huidskleur, afkomst of religie. Mensen leren haten — en als ze kunnen leren haten, kunnen ze ook leren liefhebben.”
Laat dit beladen verleden het begin zijn van een hoopvolle gezamenlijke toekomst.
Dank voor uw aanwezigheid, betrokkenheid en aandacht.
Achtergrond van de peilingen
Op 1 februari 2023 heeft de werkgroep Koloniaal en slavernijverleden Nijmegen het manifest “Nijmegen, ken je koloniale en slavernijverleden” aangeboden aan burgemeester Hubert Bruls en wethouder Cilia Daemen. De werkgroep riep de gemeente op om het slavernijverleden te erkennen, te herkennen en te verkennen hoe dit een plek kan krijgen in de Nijmeegse samenleving. Na nadere gesprekken en onderzoek bleek dat de Nijmeegse geschiedschrijving nog niet compleet is. Zo was de vraag niet geheel te beantwoorden in hoeverre het stadsbestuur zelf betrokken was bij koloniale slavernij. Het college van burgemeester en wethouders heeft in maart 2024 aan de Radboud Universiteit gevraagd om onderzoek te doen naar deze vraag. Het onderzoek werd opgeleverd in 2025. Op 19 maart 2025 presenteerde het college tijdens het symposium Nijmegen en Slavernij het voornemen om samen met de stad te komen tot een gedragen reactie op het onderzoeksrapport. Een van de instrumenten om dat te doen is via inwonerspeilingen. Deze notitie deelt daarvan de uitkomsten.
Uitvoering van de peilingen
De peilingen moesten inzicht geven in het volgende:
- Hoe bekend is men met de bevindingen uit het onderzoek?
- Voor welke van de richtingen om vervolg te geven aan het onderzoek – educatie & bewustwording, zichtbaarheid in de stad, herdenkingsactiviteiten, officiële reactie van het gemeentebestuur – voelt men het meeste en welke ideeën heeft men hierbij?
- In hoeverre verschilt bovenstaande voor Nijmegenaren die weten/denken nazaat te zijn van een tot slaaf gemaakt persoon, en Nijmegenaren die dat niet zijn?
Bovenstaande is op twee manieren gepeild:
- In het Nijmeegse stadspanel. Dit is een digitaal panel van betrokken Nijmegenaren die zich hebben opgegeven om periodiek mee te denken over uiteenlopende onderwerpen. Daarmee is het stadspanel op veel onderdelen niet representatief; zo is 79% van het panel hbo- of wo-geschoold, tegen 45% in de totale bevolking. Doel van deze peiling is dan ook niet om uitspraken te doen over hoe de gehele bevolking denkt over het onderwerp, maar om te laten zien wat een brede groep van betrokken Nijmegenaren vindt. Omdat het stadspanel een groot bereik heeft, biedt het de mogelijkheid om in te zoomen op uiteenlopende kenmerken, zoals stadsdeel of leeftijd. Met 1665 respondenten is een respons van 35% behaald; een normale respons voor een peiling met een herinnering in het stadspanel. Desgevraagd geeft 3% van de respondenten aan (vermoedelijk) nazaat te zijn van een tot slaaf gemaakt persoon.
- In het netwerk van inwoners die zich actief bezighouden met het thema. Dit leverde 81 enquêtes op. Van deze respondenten gaf 1 op de 5 aan (vermoedelijk) nazaat te zijn van een tot slaaf gemaakt persoon.
De peilingen vonden plaats in oktober en november 2025.
Bekendheid met het Nijmeegse slavernijverleden
Aan de respondenten zijn de bevindingen uit het onderzoek naar het Nijmeegse slavernijverleden voorgelegd. Vervolgens is hen gevraagd hoe bekend zij met deze bevindingen waren. De antwoorden zijn te zien in figuur 1 (onderaan). In het netwerk rond het onderwerp is 1 op de 3 bekend met de bevindingen. Daarmee is de bekendheid – weinig verrassend – hoger dan onder stadspanelleden, van wie 15% bekend is met de bevindingen. Inwoners die niet bekend waren met de bevindingen, geven in meerderheid aan dat zij de uitkomsten wel hadden verwacht.
Beelden over vervolgstappen
Na de introductie van het onderzoek en de bevindingen, volgden vragen over welk vervolg het onderzoek zou moeten krijgen. Deze vragen konden worden overgeslagen. In het stadspanel koos 1 op de 3 panelleden daarvoor. Panelleden lichtten hun keuze hiervoor meestal als volgt toe:
- Zij vinden het onderwerp niet interessant en/of laten dit liever over aan deskundigen
- Het was een andere tijd en kan niet meer worden veranderd. Vaak geven respondenten hierbij aan dat het niet had mogen gebeuren
Minder frequente maar terugkerende toelichtingen zijn; er zijn belangrijker problemen, er is genoeg (landelijke) aandacht geweest en er is meer nare geschiedenis waarover niet meer wordt gesproken. Een enkeling stelt de kwaliteit van het onderzoek van de Radboud Universiteit ter discussie.
Respondenten die wel wilden meedenken over het vervolg van het onderzoek, is gevraagd hoe zij dachten over de volgende richtingen voor een vervolg:
- Educatie & bewustwording (bijvoorbeeld een tentoonstelling, podcast of aandacht in het onderwijs)
- Zichtbaarheid in de stad (bijvoorbeeld een informatiebord op een historische locatie, kunstwerk of monument)
- Herdenkingsactiviteiten (bijvoorbeeld een herdenking als Keti Koti, voorstelling of ontmoeting)
- Officiële reactie van het gemeentebestuur (bijvoorbeeld betreuren van de geschiedenis, erkenning van leed of excuses)
Respondenten konden aangeven welke richting zij het beste (nummer 1) en het minste (nummer 4) vonden. Een lage score staat daarom voor een groter draagvlak. Tabel 1 toont het draagvlak voor iedere vervolgrichting, voor stadspanelleden (links) en het netwerk rond het onderwerp (rechts). Respondenten hebben een duidelijke voorkeur voor een vervolg dat is gericht op educatie en bewustwording, op afstand gevolgd door zichtbaarheid in de stad, herdenkingsactiviteiten en een officiële reactie van het gemeentebestuur. Dit geldt zowel voor het stadspanel als de respons via het netwerk. Ook is het patroon hetzelfde voor respondenten die (vermoedelijk) nazaat zijn van een tot slaaf gemaakt persoon en respondenten met verschillende opleidingsniveaus.
| Stadspanel | Netwerk | |
|---|---|---|
| Educatie & bewustwording | 1,6 | 1,7 |
| Zichtbaarheid in de stad | 2,5 | 2,7 |
| Herdenkingsactiviteiten | 2,8 | 2,5 |
| Officiële reactie van het gemeentebestuur | 2,9 | 2,9 |
Respondenten konden ook per richting aangeven in hoeverre zij dit een goed idee vonden. Dit geeft meer beeld van het draagvlak per richting en van verschil in voorkeur tussen verschillende groepen respondenten. De inzichten zijn als volgt:
- In het panel is het draagvlak het grootst voor educatie & bewustwording (81% een goed idee), gevolgd door zichtbaarheid in de stad (67% een goed idee), herdenkingsactiviteiten (50% een goed idee) en een officiële reactie van het gemeentebestuur (46% een goed idee).
- In het netwerk ligt het draagvlak voor iedere vervolgrichting hoger; 92% vindt educatie & bewustwording een goed idee, 87% vindt herdenkingsactiviteiten een goed idee, 79% vindt zichtbaarheid in de stad een goed idee en 77% vindt een officiële reactie van het gemeentebestuur een goed idee.
- Onder respondenten met basisschool, middelbare school of mbo als opleiding is het draagvlak voor iedere vervolgrichting kleiner dan voor respondenten met hbo of wo als opleiding. De eerstgenoemden geven bij iedere richting minder vaak aan dat iets een goed idee is. Niettemin zijn de verschillende opleidingsniveaus het eens over hoe de vervolgrichtingen zich tot elkaar verhouden.
- Respondenten die zeggen dat zij (vermoedelijk) nazaat zijn van een tot slaaf gemaakt persoon, geven bij iedere vervolgrichting minder vaak aan dat zij het een goed idee vinden. Dit is geen harde conclusie, omdat een klein aantal respondenten met deze achtergrond de betreffende vragen heeft ingevuld (34 personen). De toelichtingen die zij daarbij geven bieden geen aanknopingspunten om dit mogelijke verschil te duiden.